Carlos houdt van muziek. Na zijn werk gaat hij vaak naar zijn kamer. Daar pakt hij zijn gitaar en zet hij de radio zacht aan. Carlos maakt muziek en zingt mee met de liedjes. Hij doet dat bijna elke dag, soms een half uur en soms langer, want muziek maken vindt hij leuk.
Hoe vaak maakt Carlos muziek volgens de tekst?
A. Nooit
B. Vaak / bijna elke dag
C. Eén keer per jaar
D. Alleen op vakantie
Carmen probeert gezond te eten. Elke ochtend eet ze een banaan bij haar ontbijt. Soms heeft ze nog meer trek in fruit. Dan pakt ze ook een paar appels uit de fruitschaal. Zo eet ze elke dag een banaan en soms ook appels.
Welk ander fruit eet Carmen soms naast een banaan?
A. Peren
B. Sinaasappels
C. Appels
D. Aardbeien
Caro gaat vaak met de bus naar school. Ze heeft een ov-kaart en de bus stopt bijna voor de deur van de school. Maar als het mooi weer is en ze tijd heeft, gaat ze soms met de fiets. Met de fiets is ze in beweging en ziet ze veel onderweg.
Hoe gaat Caro soms naar school als het mooi weer is?
A. Met de trein
B. Met de fiets
C. Met de taxi
D. Lopend
Chen houdt van bloemen en kleuren. Ze werkt in een kleine winkel in het centrum. Elke dag zet ze verse bloemen in vazen en maakt ze boeketten. Ze verkoopt bloemen aan klanten die een verjaardag, bruiloft of gewoon hun huis mooier willen maken. Chen verkoopt dus bloemen in een winkel.
Waar verkoopt Chen bloemen?
A. Op school
B. Op een boerderij
C. In een ziekenhuis
D. In een winkel
Chris heeft een computer op zijn bureau. Hij zet hem elke dag aan als hij thuis komt. Hij gebruikt de computer om te leren voor zijn cursus en om soms ook te werken. Op de computer maakt hij opdrachten, leest hij teksten en schrijft hij e-mails.
Waarvoor gebruikt Chris zijn computer vooral?
A. Alleen om spelletjes te spelen
B. Om tv te kijken
C. Om te leren en te werken
D. Om muziek te maken
Soms voelt Chris zich niet goed. Vandaag heeft hij veel getild op zijn werk. Nu heeft hij pijn in zijn rug en een beetje in zijn hoofd. De dokter heeft hem pillen gegeven tegen de pijn. Chris neemt zijn pillen zodat zijn rug en zijn hoofd minder pijn doen.
Waar heeft Chris pijn als hij zijn pillen neemt?
A. In zijn voet
B. In zijn rug en in zijn hoofd
C. In zijn hand
D. In zijn buik
Christina belt elke week met haar moeder. Ze zitten ver van elkaar, daarom praten ze lang aan de telefoon. Ze praten over de kinderen van Christina en hoe het op school gaat. Soms praten ze ook over koken en nieuwe recepten. Zo blijft Christina dicht bij haar moeder.
Waarover praten Christina en haar moeder vooral?
A. Alleen over geld
B. Over voetbal
C. Over de kinderen en over koken
D. Over het weer in een ander land
Christo heeft hard gefietst en hij is warm. Hij voelt dat hij dorst heeft. In de keuken pakt hij een glas en vult het bij de kraan. Hij drinkt een groot glas water en voelt zich daarna beter. Water drinken helpt goed tegen zijn dorst.
Wat drinkt Christo als hij dorst heeft?
A. Water
B. Soep
C. Koffie
D. Melk
Claire staat bij het raam in de woonkamer. Ze kijkt uit het raam en ziet de bomen en de huizen. Ze kijkt naar buiten, naar de straat, waar auto’s rijden en kinderen spelen. Soms ziet ze ook de buurman met zijn hond lopen.
Waar kijkt Claire naar als ze uit het raam kijkt?
A. Naar de televisie
B. Naar de keuken
C. Naar de muur
D. Naar buiten, naar de straat
Claire woont nog maar kort in Nederland. Ze gaat twee keer per week naar een taalschool. Daar leert ze Nederlands en maakt ze veel oefeningen. Ze vindt Nederlands soms moeilijk, maar ook leuk en mooi. Ze oefent elke dag een beetje en merkt dat het steeds makkelijker wordt.
Hoe vindt Claire de Nederlandse taal?
A. Alleen moeilijk en saai
B. Soms moeilijk, maar ook leuk en mooi
C. Heel makkelijk en nutteloos
D. Te snel om te horen