Dael heeft veel geld. Hij werkt al jaren bij een groot bedrijf. Elke dag staat hij vroeg op en gaat hij laat naar huis. Hij werkt hard en spaart veel van zijn salaris. Daarom heeft Dael nu veel geld op zijn bankrekening.
Hoe werkt Dael om veel geld te verdienen?
A. Heel langzaam
B. Maar één uur per dag
C. Hard
D. Helemaal niet
Dafne houdt van muziek. Ze kan heel goed zingen en oefent vaak met een microfoon. In haar vrije tijd gaat ze naar een dansschool. Ze kan ook goed dansen en doet soms mee aan een kleine show met zingen en dansen.
Wat kan Dafne behalve goed zingen nog meer goed?
A. Koken
B. Dansen
C. Tekenen
D. Zwemmen
Daniël heeft al drie dagen pijn aan zijn kies. Hij kan niet goed eten en hij wordt er moe van. Daarom belt hij de praktijk en maakt hij een afspraak. Hij gaat naar de tandarts zodat de tandarts naar zijn kies kan kijken.
Waar gaat Daniël heen als hij kiespijn heeft?
A. Naar de kapper
B. Naar de dokter
C. Naar de apotheek
D. Naar de tandarts
Daniëlle wil straks gaan studeren. Ze heeft een toets morgen en moet nog veel leren. Ze gaat aan de tafel zitten en pakt haar boeken uit haar tas. Met haar boeken kan ze de tekst lezen en opdrachten maken.
Wat pakt Daniëlle als ze gaat studeren?
A. Haar boeken
B. Haar vork
C. Haar jas
D. Haar schoenen
Dany heeft de hele dag gewerkt achter de computer. Nu heeft ze hoofdpijn en ze voelt zich moe. Het licht is te fel en de geluiden zijn te hard. Ze wil het liefst in een donkere kamer liggen en slapen, zodat haar hoofd rustig wordt.
Wat wil Dany doen als ze hoofdpijn heeft?
A. Sporten
B. Naar de film gaan
C. Slapen
D. Winkelen
Dario zit op school in een lokaal met zijn klas. Op het bord staat een voorbeeld van de docent. Dario haalt zijn pen en schrift tevoorschijn. Hij maakt een oefening, een opdracht uit het boek, om de grammatica te oefenen.
Wat maakt Dario op school?
A. Een maaltijd
B. Een oefening / opdracht
C. Een schilderij
D. Een afspraak
Dave kijkt in de spiegel en zucht. Zijn haar is al maanden niet geknipt. Het hangt voor zijn ogen en voelt zwaar. Dave is niet blij met zijn haar, want zijn haar is te lang. Hij besluit morgen naar de kapper te gaan.
Hoe is het haar van Dave volgens de tekst?
A. Heel kort
B. Heel blond
C. Te lang
D. Heel nat
In het café vraagt de serveerster wat Dave wil drinken. Zijn vrienden bestellen koffie, maar Dave niet. Dave lust geen koffie, hij vindt de smaak te sterk. Hij drinkt liever thee met een beetje suiker.
Wat drinkt Dave liever dan koffie?
A. Thee
B. Cola
C. Melk
D. Sap
Dave werkt in een café in het centrum. Hij draagt een zwart shirt met het logo van het café. Hij moet daar serveren: drankjes en eten naar de tafels brengen. Hij neemt bestellingen op en brengt de koffie, thee en broodjes naar de gasten.
Wat moet Dave doen in het café?
A. De auto’s wassen
B. Les geven
C. Muziek maken
D. Serveren
David en Maria stappen in de auto en rijden naar de stad. Ze willen nieuwe kleren kopen en misschien een cadeau voor een vriend. In de stad parkeren ze de auto en lopen ze door het centrum. Ze zoeken winkels waar ze leuke spullen kunnen vinden.
Wat zoeken David en Maria in de stad?
A. Een ziekenhuis
B. Winkels
C. Een school
D. Een boerderij