Leesvaardigheid 07

NT2-zinnen-quiz-7

David woont bij een groot meer. In het weekend gaat hij naar het water. Hij heeft een kleine boot met een motor. Hij gebruikt de boot om te varen over het meer en soms ook om te vissen. David vindt het heerlijk rustig op het water als hij met de boot vaart.

Waarvoor gebruikt David zijn boot?

A. Om naar school te gaan
B. Om te varen en te vissen
C. Om te slapen
D. Om auto’s te repareren

David is een beetje dik. Hij weet dat hij gezonder moet eten, maar dat doet hij nog niet. Hij eet elke dag patat en ander fastfood, vaak met veel saus. Groente eet hij bijna nooit. Daarom wordt David niet dunner.

Wat eet David elke dag dat niet gezond is?

A. Patat en fastfood
B. Alleen salade
C. Veel fruit
D. Alleen brood en water

Overdag werkt David in een groot ziekenhuis. Hij draagt een witte jas en heeft een stethoscoop om zijn nek. Hij praat met patiënten en onderzoekt hen. David is daar dokter, een arts die mensen helpt beter te worden.

Wat is het beroep van David in het ziekenhuis?

A. Bakker
B. Schoonmaker
C. Chauffeur
D. Dokter / arts

De auto van Leah is kapot. De motor maakt een raar geluid en de auto start soms niet. Leah kan zo niet veilig rijden. Daarom brengt ze de auto naar de garage. In de garage kijkt een monteur naar de auto en maakt hem weer goed.

Waar brengt Leah haar kapotte auto naartoe?

A. Naar de supermarkt
B. Naar de garage
C. Naar de school
D. Naar het ziekenhuis

Patrick werkt op kantoor. Vandaag komt hij te laat op een belangrijke vergadering. Zijn baas is boos en spreekt streng tegen hem. Patrick schaamt zich en vindt dat helemaal niet leuk. Hij neemt zich voor om morgen op tijd te zijn.

Wat vindt Patrick ervan dat zijn baas boos is?

A. Heel grappig
B. Mooi
C. Niet leuk / jammer
D. Heel lekker

De broer van Souad heeft een baby gekregen. Souad krijgt een foto op haar telefoon. De baby ziet er schattig uit. Souad is heel blij, want ze is nu tante. Ze wil de baby snel bezoeken.

Hoe voelt Souad zich nu haar broer een baby heeft gekregen?

A. Blij, ze is tante
B. Boos
C. Bang
D. Verdrietig

Paul gaat elke ochtend met de bus naar zijn werk. De bus is vaak te laat en hij moet lang wachten bij de halte. Soms komt hij daardoor te laat op zijn werk. Paul vindt dat heel vervelend en helemaal niet leuk.

Hoe vindt Paul het dat de bus vaak te laat is?

A. Heel leuk
B. Normaal
C. Rustig
D. Vervelend / niet leuk

Lia zit in de bus naar het centrum. De bus rijdt heel langzaam door het drukke verkeer. Ze kijkt op haar horloge en zucht. Ze wil sneller vooruit. Lia denkt dat ze misschien beter kan gaan lopen, dan is ze sneller op haar afspraak.

Wat wil Lia omdat de bus zo langzaam rijdt?

A. Nog lang in de bus blijven zitten
B. Lopen / sneller gaan
C. Slapen in de bus
D. Terug naar huis gaan

De dochter van Sophia zit elke avond lang voor de televisie. Ze kijkt veel tv en vergeet soms haar huiswerk. Sophia vindt dat niet goed. Ze zegt dat haar dochter beter kan gaan leren voor school of op tijd slapen, zodat ze morgen fit is.

Wat kan de dochter van Sophia beter doen dan veel tv kijken?

A. Meer chips eten
B. De hele nacht tv kijken
C. Gaan leren of slapen
D. Meer spelletjes kopen

Sofia voelt zich niet goed en gaat naar de dokter. De dokter praat rustig met Sofia en vraagt naar haar klachten. Daarna onderzoekt hij haar keel en luistert hij naar haar longen. De dokter geeft Sofia medicijnen en advies: ze moet veel rusten en water drinken.

Wat krijgt Sofia van de dokter na het gesprek?

A. Een auto
B. Een vakantie
C. Nieuwe kleren
D. Medicijnen en advies
Score: 0 van 10