Op de boerderij zie je kippen en hanen. De haan heeft een grote kam op zijn kop.
Is een haan een man of een vrouw?
Een kat kan rennen, springen en klimmen. Hij heeft poten met scherpe nagels.
Hoeveel poten heeft een kat?
Op de boerderij zie je kippen en hanen. De haan heeft een grote kam op zijn kop.
Is een haan een man of een vrouw?
Een hond kan naast je lopen. Een paard is een groot dier waar je op kunt zitten.
Wat is groter, een paard of een hond?
Op het land loopt een dier met een dikke vacht. Van die vacht kun je truien maken.
Van welk dier komt wol?
Elke ochtend liggen er verse eieren in het hok op de boerderij.
Welk dier legt eieren?
Bij het huis zit een dier dat luid geluid maakt als er iemand komt.
Welk dier blaft?
In de lucht zie je dieren met vleugels. Ze gaan van boom naar boom.
Wat doet een vogel?
Een paard is sterk. Het kan een zware kar trekken.
Wat is het tegenovergestelde van sterk?
Een schaap is dik met veel wol op zijn lijf.
Wat is het tegenovergestelde van dik?
Een paard is groot. Een konijn is veel kleiner.
Wat is het tegenovergestelde van groot?