Les 15 – Maanden

Les 15 – Maanden – makkelijke quiz

Een jaar heeft verschillende maanden, zoals januari, mei en december.

Hoeveel maanden heeft een jaar?

A. 10 maanden
B. 11 maanden
C. 12 maanden
D. 13 maanden

Het jaar begint met vuurwerk en een nieuwjaarsdag.

Wat is de eerste maand van het jaar?

A. Januari
B. Februari
C. Maart
D. December

In de laatste maand van het jaar is vaak kerstvakantie.

Wat is de laatste maand van het jaar?

A. Oktober
B. November
C. Januari
D. December

Na januari komt een korte maand met soms 28 en soms 29 dagen.

Welke maand komt na januari?

A. Maart
B. Februari
C. April
D. December

Als december afgelopen is, begint er een nieuw jaar.

Welke maand komt na december?

A. Januari
B. Februari
C. November
D. Oktober

Veel mensen zijn in een andere maand jarig.

In welke maand zou je kunnen zeggen: “Ik ben jarig in de maand …”?

A. Dinsdag
B. Weekend
C. Mei
D. School

Januari is de eerste maand van het jaar. December is de twaalfde maand.

Wat is het tegenovergestelde van eerste?

A. Voor
B. Laatste
C. Na
D. Tweede

Februari komt na januari. Januari komt voor februari.

Wat is het tegenovergestelde van voor?

A. Eerste
B. Laatste
C. Twaalfde
D. Na

Januari is de eerste maand, februari de tweede, maart de derde, april de vierde.

Welke maand is de vijfde maand van het jaar?

A. Juni
B. April
C. Mei
D. Juli

September is de negende maand van het jaar.

Welke maand is de tiende maand van het jaar?

A. September
B. Oktober
C. November
D. December
Score: 0 van 10