Les 2 – Dagen van de week en kleuren

Dagen van de week en kleuren
Tekst 1 – De eerste dag
Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.
In de les staat: Maandag is de eerste dag.

Vraag 1: Welke dag is de eerste dag?
A. Maandag
B. Zaterdag
C. Zondag
Tekst 2 – De laatste dag
In de tekst staat: Zondag is de laatste dag.

Vraag 2: Welke dag is de laatste dag?
A. Vrijdag
B. Zaterdag
C. Zondag
Tekst 3 – Voor en na
Dinsdag komt voor woensdag.
Woensdag komt na dinsdag.

Vraag 3: Welke dag komt na dinsdag?
A. Maandag
B. Woensdag
C. Donderdag
Tekst 4 – Weekend
In de les staat: Zaterdag en zondag samen zijn het weekend.

Vraag 4: Welke twee dagen zijn het weekend?
A. Vrijdag en zaterdag
B. Zaterdag en zondag
C. Zondag en maandag
Tekst 5 – Eerst of later
De dagen zijn: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.

Vraag 5: Welke dag komt eerst: vrijdag of zaterdag?
A. Vrijdag
B. Zaterdag
C. Ze komen tegelijk
Tekst 6 – Voor maandag
De week eindigt op zondag. Maandag is de eerste dag daarna.

Vraag 6: Welke dag komt voor maandag?
A. Zondag
B. Dinsdag
C. Donderdag
Tekst 7 – Tegenstelling kleur
In de lijst met tegenstellingen staat: wit – zwart.

Vraag 7: Welke kleur is de tegenstelling van wit?
A. Zwart
B. Geel
C. Groen
Tekst 8 – Kleuren
In les 2 staan de woorden: rood, blauw, oranje, bruin, geel, zwart, groen, wit.

Vraag 8: Welke kleur staat ook in de les?
A. Paars
B. Oranje
C. Roze
Tekst 9 – Eerste kleur
De kleuren staan zo: rood, blauw, oranje, bruin, geel, zwart, groen, wit.

Vraag 9: Welke kleur komt als eerste in deze lijst?
A. Rood
B. Blauw
C. Geel
Tekst 10 – Laatste kleur
De kleuren staan zo: rood, blauw, oranje, bruin, geel, zwart, groen, wit.

Vraag 10: Welke kleur staat als laatste in deze lijst?
A. Zwart
B. Wit
C. Groen
Score: 0 van 10