Een huis heeft vier muren en een dak.
Hoeveel muren heeft een huis?
Een huis is meestal laag. Een toren is veel hoger.
Is een toren laag of hoog?
Een huis heeft vier muren en een dak.
Hoeveel muren heeft een huis?
Een molenaar woont in een molen. Een molen heeft vier wieken.
Hoeveel wieken heeft een molen?
Bij de boerderij woont een boer. In de molen woont iemand die voor de molen zorgt.
Wie zorgt voor de molen?
De dijk houdt het water tegen. Hij ligt hoger dan het land ernaast.
Is een dijk hoog of laag?
Op een boerderij zijn dieren en een grote schuur.
Wie woont er op een boerderij?
Een huis is laag, een toren is …
Wat is het tegenovergestelde van laag?
Er wonen veel mensen in een flat.
Wat is het tegenovergestelde van veel?
In een winkel kun je iets kopen. Op de markt is het niet duur, maar goedkoop.
Wat is het tegenovergestelde van duur?
De brug is boven het water. De boot vaart onder de brug.
Wat is het tegenovergestelde van boven?