Aya heeft drie pennen. Een pen is rood, een pen is blauw en een pen is groen. Ze schrijft het liefst met de blauwe pen.
Met welke pen schrijft Aya het liefst?
Sam werkt van maandag tot en met vrijdag. Zaterdag en zondag is hij vrij. In het weekend slaapt Sam lang.
Welke dagen is Sam vrij?
Aya heeft drie pennen. Een pen is rood, een pen is blauw en een pen is groen. Ze schrijft het liefst met de blauwe pen.
Met welke pen schrijft Aya het liefst?
Op de klok is het acht uur. Om negen uur gaat Omar naar school. Om tien uur zit hij in de klas.
Hoe laat gaat Omar naar school?
Fatima heeft een afspraak bij de dokter op dinsdag. Op woensdag gaat zij sporten. Donderdag blijft zij thuis.
Wanneer gaat Fatima naar de dokter?
In het weekend gaat Leo naar het park. Op zaterdag voetbalt hij. Op zondag loopt hij met zijn hond.
Wat doet Leo op zondag?
Nora heeft een gele jas en een zwarte broek. Vandaag draagt ze de gele jas. De broek blijft in de kast.
Welke kleur jas draagt Nora vandaag?
In de klas staan vier stoelen. Op elke stoel zit één kind. Er zijn dus vier kinderen in de klas.
Hoeveel kinderen zijn er in de klas?
Maandag komt voor dinsdag. Woensdag komt na dinsdag. Donderdag komt na woensdag.
Welke dag komt na dinsdag?
Op tafel liggen drie rode appels en één groene appel. Er zijn meer rode appels dan groene appels.
Hoeveel groene appels liggen op tafel?
In het alfabet komt de letter B na A. De letter C komt na B. De letter Z is de laatste letter.
Welke letter is de laatste?