In een oven kun je brood of koek bakken. De oven staat in de keuken.
Wat doe je in een oven?
A. Drinken
B. Koken
C. Bakken
D. Wassen
In een pan kun je koken. De pan staat op het gasstel.
Wat kun je doen in een pan?
In een oven kun je brood of koek bakken. De oven staat in de keuken.
Wat doe je in een oven?
Met een mes kun je brood snijden. Het mes ligt op het bord.
Wat doe je met een mes?
Uit een beker kun je drinken. In de beker zit melk.
Wat doe je met een beker?
Een fles kan van glas zijn. Een andere fles is van plastic.
Van welk materiaal kan een fles zijn volgens de tekst?
Brood wordt gemaakt van meel. In de winkel koop je brood bij de bakker.
Waarvan wordt brood gemaakt?
Suiker is zoet. Haring smaakt zout.
Hoe smaakt suiker?