Tekst 05

NT2-les9-10-korte-teksten-quiz

In een pan kun je koken. De pan staat op het gasstel.

Wat kun je doen in een pan?

A. Slapen
B. Koken
C. Schrijven
D. Fietsen

In een oven kun je brood of koek bakken. De oven staat in de keuken.

Wat doe je in een oven?

A. Drinken
B. Koken
C. Bakken
D. Wassen

Met een mes kun je brood snijden. Het mes ligt op het bord.

Wat doe je met een mes?

A. Snijden
B. Koken
C. Dragen
D. Slapen

Uit een beker kun je drinken. In de beker zit melk.

Wat doe je met een beker?

A. Snijden
B. Bakken
C. Koken
D. Drinken

Een fles kan van glas zijn. Een andere fles is van plastic.

Van welk materiaal kan een fles zijn volgens de tekst?

A. Alleen hout
B. Alleen papier
C. Glas of plastic
D. Steen

Brood wordt gemaakt van meel. In de winkel koop je brood bij de bakker.

Waarvan wordt brood gemaakt?

A. Van water
B. Van meel
C. Van zout
D. Van suiker

Suiker is zoet. Haring smaakt zout.

Hoe smaakt suiker?

A. Zoet
B. Zout
C. Bitter
D. Zuur
Score: 0 van 7