Tekst 5 – School, gisteren en mening

Deel – School, gisteren en mening
Tekst 1 – Schoolvakken
Op school vond Omar talen leuk. Hij heeft Nederlands en Engels geleerd op school.

Vraag 1: Wat heeft Omar op school geleerd?
A. Alleen wiskunde.
B. Nederlands en Engels.
C. Alleen sport.
Tekst 2 – Gisteren
Gisteren was het zaterdag. Ahmed heeft de hele dag gewerkt in de winkel.

Vraag 2: Wat heeft Ahmed gisteren gedaan?
A. Hij heeft gewerkt in de winkel.
B. Hij heeft geslapen.
C. Hij heeft gereisd.
Tekst 3 – Avondeten
Gisteren heeft Fatima ’s avonds rijst met kip gegeten.

Vraag 3: Wat heeft Fatima gisteren gegeten?
A. Soep.
B. Rijst met kip.
C. Brood met kaas.
Tekst 4 – Adres
Mijn naam is Samir. Mijn adres is Kerkstraat 10 in Utrecht.

Vraag 4: Wat is het adres van Samir?
A. Marktplein 5.
B. Kerkstraat 10.
C. Schoolstraat 2.
Tekst 5 – Telefoonnummer
Het telefoonnummer van Laila is 06 12 34 56 78.

Vraag 5: Wat is het telefoonnummer van Laila?
A. 06 12 34 56 78.
B. 06 11 22 33 44.
C. 06 98 76 54 32.
Tekst 6 – Koken
Hassan kookt graag traditionele gerechten. Hij kookt het liefst couscous.

Vraag 6: Wat kookt Hassan graag?
A. Pizza.
B. Couscous.
C. Pasta.
Tekst 7 – Mening over de taal
Mouna leert Nederlands. Ze vindt de Nederlandse taal moeilijk, maar ook mooi.

Vraag 7: Wat vindt Mouna van de Nederlandse taal?
A. Ze vindt de taal moeilijk en mooi.
B. Ze vindt de taal heel makkelijk.
C. Ze vindt de taal saai.
Tekst 8 – Mening over Nederland
Youssef woont in Nederland. Hij vindt Nederland een mooi en rustig land.

Vraag 8: Wat vindt Youssef van Nederland?
A. Hij vindt Nederland mooi en rustig.
B. Hij vindt Nederland heel druk en lelijk.
C. Hij vindt Nederland gevaarlijk.
Tekst 9 – Nederlandse mensen
Fatima heeft veel Nederlandse buren. Ze vindt Nederlandse mensen meestal rustig en aardig.

Vraag 9: Wat vindt Fatima van Nederlandse mensen?
A. Ze vindt ze rustig en aardig.
B. Ze vindt ze altijd boos.
C. Ze vindt ze gevaarlijk.
Tekst 10 – Kleren
Samir werkt in een magazijn. Hij draagt vaak sportkleren, omdat ze makkelijk zitten.

Vraag 10: Wat voor kleren draagt Samir vaak?
A. Nette kleren.
B. Sportkleren.
C. Feestkleren.
Score: 0 van 10